Uitgeperst

 
We hebben lang op onze tong gebeten, maar de signalen en irritaties uit de wijnhandel blijven binnenstromen: de nieuwe accijnsverhoging wordt héél slecht geslikt.
Dat wijn een dankbare melkkoe was geworden en een taksshift nodig is, dat is niet de kern van de discussie of wrevel. Die praktijken kenden we al uit de Di Rupo Epoque, maar de nieuwe taks zet toch extra kwaad bloed. En terecht. Want wat de opeenvolgende regeringen in elkaar boksen rond wijntaksen, is een zootje. 
We zetten de tegenargumenten eventjes op een rijtje, aangezien de officiële belangenverdediger van de sector – de Belgische Federatie voor Wijn en Gedistilleerd – eerder op een gezapig brei- of theekransje gelijkt dan op een vechtmachine, en dus nauwelijks weegt op dit dossier.  
 
Waarom maken wijnhandelaars (én wij…) zich zo druk?
 
Eén: wegens de valsheid van de argumentatie.
Opnieuw horen we in het parlement dat deze taks ‘positief is voor de gezondheid’, terwijl het gewoon de zoveelste fiscale noodmaatregel is om de staatskas te spekken. De volksgezondheid is de minste der zorgen. Ik heb overigens nog nooit een parlementslid of minister in het halfrond horen prediken tegen de auto die zoveel kankers veroorzaakt. Integendeel, die sector hebben we decennialang plat gesubsidieerd, fiscale én sociale voordelen verleend, wat ook de kleur van de regeringsploeg was. Met duizenden wél beloofde maar verloren arbeidsplaatsen en nu de lege fabrieken van o.a. Renault of Opel als bewijzen van onze staatsmanskunst.
Trouwens: elke verhoging, hoe gigantisch ook, zal géén enkel impact hebben op de échte alcoholverslaafden. Die blijven bij hun budget en downgraden qua kwaliteit naar een minderwaardig product. Het zijn alleen de tegenstanders van alle vormen van (zelfs matig) alcoholgebruik die nog geloven dat door elke taksverhoging er tienduizenden alcoholisten spontaan afkicken.
 
Twee: wegens de slechte timing.
Di Rupo gaf reeds het fraaie voorbeeld: eerst een verhoging van 12% in het voorjaar van 2014, gevolgd door een extra 8% in de zomer. De actuele taksklim scoort nog slechter qua ondernemingsvriendelijkheid. Voorzien tegen januari 2016 werd hij halsoverkop ingevoerd per 1 november 2015. En opnieuw zijn het de wijnhandelaars die ofwel hun reeds gedrukte najaarsbrochures in de prullenmand mogen smijten of urenlang mogen bijklussen om alle prijzen aan te passen in hun winkels of websites.
Om nog te zwijgen van de perceptie bij de consument, die toch al vaak denkt dat iedere wijnhandelaar goud verdient bij elke kist wijn, terwijl het de fiscus is die via BTW, accijnzen & alle andere taksen het leeuwendeel van een courante fles afroomt
 
Eigen Alcohol Eerst
 
Drie: het discriminerende karakter van de accijnsverhoging. Die discriminatie kent veel vormen. Waarom bijvoorbeeld bier systematisch lager taxeren dan wijn of, zoals het bij de eerste DI Rupo-maatregel ging, zelfs geheel vrijstellen? Bestaan er dan ‘goede’ en ‘slechte’ vormen van alcohol?
Of nog: waarom alleen het alcoholpercentage als maatstaf nemen en geen rekening houden met de prijs van het product? Want de nieuwe accijnsverhoging tikt proportioneel wel zwaarder aan bij een goedkope wijn van pakweg 4 à 6 euro, dan bij een prestigecuvée van 30, 50 of 100 euro. De kopers daarvan zijn overigens ook minder prijsgevoelig.
En wat ik me ook afvraag: waarom maar een paar centen suikertaks eisen, maar wijn of distillaten een veelvoud laten betalen? Terwijl de gemiddelde Belg, zeker de jongere generatie, een veelvoud aan frisdranken consumeert i.v.m. wijn? Is dat dan een toonbeeld van een  slimme gezondheidsstrategie?
 
Vier: het einde van de melkkoe-strategie is nog niet in zicht.
Eén van de grondbeginselen van onze fiscaliteit is dat er een zekere transparantie en billijkheid moet zijn in de reglementering. Lees: dat alle afspraken en spelregels niet om de zes maanden wijzigen, zodat de ‘Belg’ een vorm van rechtszekerheid behoudt. In de wijnbusiness geldt dat  principe blijkbaar niet.
De meeste wijnhandelaars die ik sprak, zijn ervan overtuigd dat er volgend jaar gegarandeerd een tweede accijnsronde komt, lees de vierde in amper twee jaar. Geen enkele andere sector of industrietak zou zulke carrousel aanvaarden. Gebeurde deze willekeur elders, dan legden de vakbonden stante pede het land plat. En vielen politici over elkaars voeten voor de camera’s om deze maatregel de grond in te boren. Maar nu heerst er oorverdovende stilte. Helaas ook bij de Federatie van Wijn & Gedistilleerd, die hiermee nogmaals bewijst dat ze haar taak niet aankan, of niet aandurft.
Nochtans zal een alert antwoord nodig zijn, want niet alleen de Belgische staat beschouwt alcohol als dé melkkoe van de toekomst, maar ook Europa begint steeds vaker te lonken naar deze activiteiten, eveneens onder het mom van ‘gezondheid’. De Europese Unie kan nog op een andere manier roet in de wijn gooien. Geregeld worden er immers door buitenlandse politici proefballonnetjes opgelaten om de BTW in Europa met 1 of zelfs 2% te verhogen, om zo de vluchtelingentsunami te financieren. Er zijn immers miljarden nodig om deze miljoeneninstroom te huisvesten, te onderwijzen, medisch te verzorgen et cetera.
Voor een land als België, dat al op zeer hoge (BTW-)voet leeft, zou dat helemaal de consument wegjagen van de (goede) wijn, bubbels of distillaten. Wegjagen richting buitenland, waar de tarieven nog wél gunstiger liggen. Het fenomeen dat we reeds jaren met de champagneconsumptie zien  – 9 à 10 miljoen flessen officieel verkocht per jaar, maar 50 à 100% extra officieus ingevoerd voor privégebruik –, zullen we dan ook bij andere alcoholcategorieën zien intensifiëren.
 
Hoeveel arbeidsplaatsen en inkomsten de staat zo zal mislopen met die nieuwe ‘smokkelroutes’, heeft dat al eens iemand in Brussel berekend bij zijn/haar cola?
 
Frank Van der Auwera