Klaar voor Belgian Bruts?

Dat bubbels misschien wel dé sterkhouders zijn van de wijnbouw in onze Lage Landen, want wijntype met de meeste commerciële toekomst gezien ons grillig microklimaat, staat vast. Koen Podevijn van het domein Pot de Vin schreef over deze mousserende toekomst – en vooral: over de hedendaagse uitdagingen bij het toepassen van de méthode traditionelle een handig praktijkboek. In het eerste deel is stapsgewijs en gedetailleerd uitgelegd hoe in onze contreien praktisch tot een succesvolle mousserende wijn wordt gekomen, terwijl het tweede deel de verschillen binnen onze regio en Champagne blootlegt. Wij vroegen Koen om zijn bubbelende gedachten even op scherm te zetten.  

 

Bruisende Belgische Wijnbouw

De recente Belgische en zeker de Nederlandse wijnbouw kent nog niet veel oogstjaren. In de jaren ’80 zijn enkele pioniers uit het Hageland aan wijnbouw beginnen doen. De mooie cultuur werkte aanstekelijk en nu enkele decennia later, mede door de klimaatverandering, wordt wijdverspreid in de Lage Landen met succes aan wijnbouw gedaan.

Onze wijnbouwsector is steeds in onrustige wateren gebleven: het klimaat verandert danig, nieuwe druivenrassen doen hun intrede, de oenologie gaat er met bokkensprongen op vooruit en de regelgeving verandert voortdurend. Terwijl de wijnbouwer jaren nodig heeft om zijn savoir-faire op te bouwen, moet hij paradoxaal genoeg door al die veranderingen steeds bijsturen om bij de les te blijven.

Dubbele evolutie

Twee grote innovatieve ontwikkelingen kenmerken de hedendaagse wijnbouw.

Ten eerste is er een breed gamma aan wijngisten beschikbaar gekomen. Endogene gisten (eigen aan de wijngaard) kunnen niet worden gebruikt door te veel invloeden van buitenaf. België is dichtbevolkt en brouwerijen liggen te dicht bij de wijngaarden. Men moet dus exogene gisten of gecultiveerde gisten gaan inzaaien wil men een wijn bekomen die geen invloed heeft ondervonden van bakkers- of biergisten. Heel wat geselecteerde gisten zijn op de markt en kunnen rasspecifiek worden aangewend. Deze reingisten bieden het voordeel, dat druiven uit onze overwegend jonge wijngaarden, waar het aromatisch potentieel en diepgang nog niet meteen is bereikt, naar een hoger kwaliteitsbereik kunnen worden getild. Dit is absoluut positief.

Ten tweede is er de explosieve opkomst van nieuwe druivenrassen. Met de sensibilisering dat milieubewuster aan landbouw, en dus ook aan wijnbouw, moet worden gedaan, is men heel wat ziekteresistente druiven (hybriden) gaan aanplanten. Deze eerste nieuwelingen hadden als hoofdeigenschap gezond in de wijngaard te kunnen staan maar de eigenschappen naar vinificatie toe waren niet onderzocht en dus niet gekend. Niet alle aanplanten werden even succesvol bevonden en sommige werden gerooid. De tweede generatie resistente rassen heeft de naam PiWi-rassen (Pilz-Wiederstandsfähig) meegekregen en zoekt een evenwicht tussen minder interventies in de wijngaard en betere wijnkwaliteit. In Nederland en vooral in België zien we twee verschillende strekkingen van wijnbouwers: zij die zweren bij de klassieke druivenrassen, omdat daarvan de kwaliteitskenmerken reeds zijn gekend en zij die PiWi’s verkiezen, omdat bij de klassieke rassen de kwetsbaarheid in de wijngaard te hoog ligt. Het grote voordeel bij dit alles is dat de wijnbouwer nu naar bedrijfsfilosofie zijn druivenrassen kan gaan kiezen.

Het is dus niet verwonderlijk dat België en Nederland een enorm areaal aan druivenrassen kent, waarvan velen met onbekend potentieel. Een zoektocht naar de juiste manier van verwijnen is nog steeds aan de gang terwijl men met het wijzigend en wispelturige klimaat steeds rekening moet blijven houden.  Wijn wordt namelijk vanuit de wijngaard gemaakt.

Belgian Bruts?

Van die vele druivenrassen worden in de Lage Landen al heel wat mooie witte wijnen gemaakt. En de laatste jaren zien we heel wat wijnbouwers mousserende wijn maken. Men experimenteert met het nieuw druivenras of het mindere wijnjaar stuurt aan op ‘versekten’, omdat de most daarbij zuurder en minder suikerhoudend mag zijn. En het blijkt kwalitatief en commercieel een succes te zijn! Waarom zou men in de Lage Landen van dit ingeslagen pad nog af willen gaan terwijl ook zijn bevolking verzot is op bubbels?

Maar van waar haalt men de know-how om tot een succesvolle mousserende wijn te komen? De huizen, die nu reeds topproducten presenteren, hebben frequent een oenoloog uit Frankrijk of Duitsland over vloer en/of zijn in die landen zelf cursussen gaan volgen. De andere groep probeert van elkaar te leren en raakt vooruit met vallen en opstaan.

Voor deze laatste grote groep is er het boek ‘Mousserende wijn méthode traditionnelle – de praktijk’ (*) op de markt gekomen, die de talrijke problemen, die kunnen opduiken bij het champagniseren, duidt en er een antwoord op biedt, geschoeid op de leest der Lage Landen en toegespitst naar het familiebedrijf.

Dit boek komt ook tegemoet aan de bubbeldrinker, die wil weten hoe men hier bij ons tot de parel van het wijndomein komt, welke druiven in onze contreien worden ‘versekt’, wat de topvijf van cépages in Nederland of België is, waar vooral PiWi’s zijn aangeplant, welke soort teelt een regio kenmerkt, waarom hobbyist wijnbouwers geen andere keuze hebben dan PiWi’s aan te planten, wat de impact van stockagetemperatuur is op de druk van de fles, hoe weinig sulfiet mousserende wijn in zich heeft, en zo veel meer. Het boek is een must voor elke liefhebber van mousserende wijn en moet de chauvinist in ons doen opborrelen.

We hebben nu het boek als leidraad, reeds prachtige mousserende wijnen en een eigen publiek dat graag bubbels drinkt. Nu rest ons alleen nog een sprankelende naam te kiezen. Is ‘Belgian Brut’ iets?

 

Koen Podevijn – Domein Pot de Vin

(*) Het boek wordt uitgegeven in eigen beheer en is momenteel alleen te koop via de eigen website: www.domeinpotdevin.be. Prijs: 21 euro.