Belgische wijn geen baby meer (deel 2)

 
Ze zijn ondertussen reeds met zeker 210 – wijnmakers en/of domeinen – en het professionaliseringsproces van de Belgische wijnbouw zet zich onverminderd door.
In deze tweede column focust Peter Doomen op onze binnenlandse bubbelproductie, analyseert hij de kracht van de Limburgse en meer bepaald Haspengouwse wijnen en vraagt zich terecht af hoe lang nog klassieke druivenvariëteiten ons wijnlandschap zullen domineren.
 
Trend 3: bubbels, iemand?
 
De Champenois ontdekten het bij toeval en de inlandse wijnbouwers profiteren van die kennis: mousserende wijnen zijn hot, hot, hot. Met de juiste technieken vorm je een schrale wijn om tot een gegeerd product dat complex, etherisch en finesserijk is.
 
Onze eigen bodem leent zich perfect tot de productie van bubbels. Het klimaat zit aan de absolute noordgrens van waar wijnbouw mogelijk is. De bodem lijkt wel wat op die van Champagne, met veel kalk in de ondergrond. De traditionele druiven chardonnay, pinot noir en pinot meunier voelen zich hier dan ook goed op hun gemak.
 
Bovendien zijn mousserende wijnen ook economisch interessant. Waar een fles Belgische wijn met moeite tien euro opbrengt, vindt de consument het gewoontjes dat diezelfde wijn met bubbels vijftien euro moet kosten.
 
Nogal wat domeinen zijn dan ook gespecialiseerd in de productie van bubbels. Genoels-Elderen, nog altijd het grootste Belgische wijndomein, heeft er maar liefst drie, in de kleuren zwart, zilver en rosé. Het kleine maar fijne Schorpion doet er vier of wel vijf. Sommigen, zoals Ruffus of Chant d'Eole, hebben er maar één of twee maar dat is dan in één klap ook de hele productie. Een aardige bijkomstigheid: voor mousserende wijn kan het rendement veel hoger liggen dan voor stille wijn, en dat zonder afbreuk te doen aan de kwaliteit.
 
Is er dan helemaal geen kunst aan, om met wijnbouw in noordelijke streken geld te verdienen? Gewoon witte wijn produceren en er belletjes aan toevoegen... Zo eenvoudig ligt het natuurlijk niet. Mousserende wijnen maken kan iedereen, maar de kwaliteit in de fles krijgen, daarvoor is kennis nodig. De goede banden die ons landje onderhoudt met dé referentie op het gebied van bubbels, Champagne, helpen daarbij. Verscheidene domeinen worden gegidst door de grote broer in het zuiden. Ik denk aan Chant d'Eole, waar de wijnmaker eerst ervaring opdeed in de Champagnestreek, maar ook Ruffus, dat voor de vinificatie beroep doet op Champagne Gobillard.
 
Kortom: mousserende wijnen zijn misschien wel dé toekomst voor de wijnbouw in onze contreien. Afgetekend duidelijk in een zwak jaar zoals 2012, iets minder uitgesproken in betere jaren. Maar op dit moment is mousserend al een kleine helft van de totale productie, en ik verwacht niet onmiddellijk een daling van dat cijfer. Zelfs niet als het veranderende klimaat een zuidenwind in onze richting blaast.
 
 
Trend 4: voor kwaliteit moet je in Limburg zijn!
 
Met elf erkende wijnbouwers voert het Hageland nog altijd de rangschikking aan in ons land. Toch als we naar het aantal erkende wijnbouwers kijken. Want noch kwantitatief, noch kwalitatief staat het Hageland aan de top van onze inlandse wijnbouw. Kwantitatief neemt het Hageland in Vlaanderen ongeveer een vijfde van de productie voor eigen rekening. Wat betreft areaal is het in België goed voor ongeveer 13%.
 
Andere belangrijke productiezones liggen in Wallonië, met Namen op kop. Die provincie is met bijna één vijfde van het areaal zelfs de grootste speler. De aanwezigheid van enkele groten zoals Domaine du Chenoy van Philippe Grafé, Château Bon Baron en Château de Bioul is daar niet vreemd aan.
 
In zowat alle Waalse en Vlaamse provincies worden mooie wijnen gemaakt. Dat zeg ik niet alleen: het blijkt glashelder uit de resultaten van de jaarlijkse verkiezing "Beste Belgische Wijn" door de Vereniging Vlaamse Sommeliers. Die wedstrijd is de beste graadmeter voor de kwaliteitsverhoudingen in eigen land. Professioneel georganiseerd en met de meest getrainde tongen aan de proeftafel. Maar toch blijken er grote verschillen te zijn tussen de provincies onderling. We bekijken het spannende gevecht.
 
Betreden het strijdtoneel: de gevestigde waarde Hageland en de nieuwkomer Heuvelland. Voor Hageland treedt de perfectionist André Goemans van Uylenbergher in de arena, het Heuvelland vaardigt de jonge oenoloog Martin Bacquaert (Entre-Deux-Monts) af. Vervolgens stappen ook Antwerpen, met Vigna, Oost-Vlaanderen, met Waes, en Bon-Baron, uit Namen, het strijdtoneel op. Laatste in de rij is Henegouwen, dat zelfs twee atleten de ring in stuurt: Ruffus en Chant d'Eole, beide producenten van enkel mousserende wijn.
 
Aan de andere zijde van de arena staat Limburg, helemaal alleen, maar wel vertegenwoordigd door zeven wijndomeinen: Genoels-Elderen, Aldeneyck, Schorpion, Kitsberg, Pietershof, Hoenshof en Clos d'Opleeuw. De strijd is een dubbeltje op zijn kant. De spanning op de tribune stijgt... Wanneer het stof is gaan liggen, blijkt Limburg met 19 gouden medailles huiswaarts te keren. Eervolle tweede is Namen met zeven gouden plakken, alle voor Bon Baron. De overige 14 worden verdeeld over de vijf overblijvende provincies.
 
Onze sympathiekste provincie blijkt dus niet alleen de plek van het bronsgroene eikenhout, maar vooral die van de schitterende kleur van het eremetaal. Bij kenners wekt het weinig verbazing, want zowel het klimaat als de bodem in Limburg zijn het beste wat ons land wijnbouwkundig te bieden heeft.
 
 
Trend 5: klassieke druiven overvleugelen hun resistente zusjes, maar voor hoe lang?
 
Starten met wijnbouw doe je door druiven aan te planten. De evidentie zelve. Maar precies daar ligt het eerste kalf gebonden. Welke druiven aan te planten? Een tweespalt tekent zich af.
 
Aan de ene kant: de realisten. We leven in een koel klimaat, vochtig, en met wisselende omstandigheden. Ideaal voor enge zwammen, ziektes en ander onheil. Echte en valse meeldauw, botrytis en nog een rist andere schadelijke ziektes, noem maar op. Hoe die te bestrijden in een wereld die alsmaar ecologischer, gezonder, groener wil leven? De genetica biedt een oplossing! Waar de inheemse druivensoort Vitis vinifera gevoelig is aan allerhande kwalen, is de Amerikaanse druivelaar dat veel minder... hybride druiven paren de voordelen van beide!
 
Jammer genoeg slepen die hybrides een vervelende eigenschap van hun Amerikaanse voorouder met zich mee: een chemische, apothekerige smaak. "Foxy" zeggen de Amerikanen. Herkruisen met de Europese druif vermindert die onaangename bijsmaak, maar helaas ook de resistentie... 
 
Aan de andere kant zijn er de idealisten. Zij die geloven dat de klassieke druiven, met chardonnay en pinot noir op kop, best wel aan ons klimaat kunnen aangepast worden. Zorgvuldige wijnbereidingsmethodes, uitgekiend oenologisch advies... en een tikje geluk met de jaargang lijken het succesrecept. Net die laatste is de achilleshiel. Ik ken meer dan één wijnbouwer die zijn quasi-volledige oogst verloren zag gaan in een minder dan ideaal jaar. Dat is onprettig als wijnbouw je hobby is, maar heel wat erger wanneer je ervan moet leven...
 
Kijken we naar blindproefwedstrijden, dan krijgen voorlopig de klassieke druiven het voordeel. Waar het druivenareaal ongeveer gelijk gespreid is tussen klassiek en hybride, gaan de klassieke wijnen met 33 gouden medailles lopen en krijgen de hybride er amper 5 toebedeeld. De overige 2 zijn voor mengelingen.
 
Is er dan helemaal geen oplossing voor deze paradox? Sommige wijnbouwers leggen hun eieren in twee mandjes: ze planten én klassiek, én hybride aan. Andere zweren bij klassiek: top als het jaar mee wil, problematisch anders. De hybride-aanhangers stellen hun hoop in de ontwikkeling van nog betere rassen, met minder foxy smaak en meer klassieke... Want ook hier geldt, de smaak van de proever, zelfs geoefend, blijft klassiek.
 
Peter Doomen
 
- Ambassadeur du Champagne 2013,  
- Auteur van de Champagne Quizzitch
- Mede-organisator Wijnronde van Vlaanderen
- Hoofdredacteur Ken Wijn-magazine
- Auteur van “Wijn van eigen bodem, editie 2015”.
Prijs: 13,99 euro (pdf, epub én mobi-versie met gratis updates). Info:  www.wijnvaneigenbodem.be