Belgische wijn geen baby meer (deel 1)

 
Tien jaar geleden was het bon ton om lacherig te doen over de schuchtere initiatieven om in onze streken wijn te verbouwen. Het pure amateurisme, met al zijn enthousiasme maar ook veel trial & error, domineerde toen ons wijnbiotoop. Wie vandaag echter nog eenzelfde negatieve houding aanneemt tegenover Belgische wijn, riskeert echter het etiket van ‘wijnsnob’ of ‘nitwit’. Want veel is ondertussen veranderd en dit groeiproces is nog lang niet opgedroogd.
In twee afleveringen bespreekt Peter Doomen, auteur van ‘Wijn van eigen bodem’,  daarom de voornaamste trends in onze wijnboucultuur.
 
 
 
 
Trend 1: de wijnbouw schiet uit de startblokken
 
Ongetwijfeld hebben de Romeinen de wijnbouw in deze streken in het leven geroepen. Ze kregen er overigens iets voor terug, want van de snuggere Kelten leerden ze het maken van houten vaten. In de achttiende eeuw was het over en out voor de inlandse wijnbouw. Een kleine ijstijd? Napoleon en het protectionisme van de Fransen? Stijgende graanprijzen? Ze hebben zeker elk een rol gespeeld. 
 
Maar dat is allemaal praat voor de vaak. Want de échte wijngeschiedenis in ons land begint in 1964, wanneer ene Jean de Bellefroid in Borgloon druivelaars aanplant. Een Vroege Loonse, ook wel pinot noir précoce genoemd. Vroegrijp, wat een sine qua non is in ons koel klimaat.
 
De ironie wil dat een jaar voor Bellefroid een wijnbouwer in Wallonië zijn eerste aanplant verrichte: Charles Legot van Clos Bois Marie. Zijn naam zou echter niet de geschiedenisboeken halen...
 
Het voorbeeld van Bellefroid krijgt navolging. Het Hageland, het land van Maas, maar ook Gent kregen plots weer wijngaarden aangeplant. Een onstuitbare ommekeer was in de maak. Het aantal gestarte wijndomeinen verdubbelt elke tien jaar. Het areaal in België bedraagt officieel 175 hectare, in werkelijkheid schat ik dat het ongeveer 250 hectare groot is.
 
Nu is 250 hectare wijngaard nog altijd peanuts op wereldschaal. De grootste wijngaard ter wereld, de Languedoc-Roussillon, telt ongeveer 200.000 hectare. De grootste wijnproducent ter wereld, Gallo, heeft meer dan 8000 hectare. Een factor dertig...
 
Toch valt het niet te ontkennen: de wijnbouw in eigen land is terug. Terug van héél ver weg geweest. De jaarlijkse productie is goed voor een half miljoen liter wijn, en duidelijk in stijgende zin. Zowel kwantitatief als kwalitatief. Ik herinner me nog goed een maaltijd met sjieke Franse wijnmakers. We lieten bij het voorgerecht een Clos d'Opleeuw 2011 aanrukken. Blind. Ze raadden het allemaal: een bourgogne grand cru... Maar niet enkel Clos d'Opleeuw gooit hoge ogen. Het lijstje Belgische medaillewinnaars op internationale concours omvat al Tempelberg, Chardonnay Meerdael, Ruffus, Domaine du Chenoy, Entre-Deux-Monts, Château Bon Baron en Domaine du Château de Bioul. Met de groeiende kennis en een duwtje in de rug van het opwarmende klimaat kan die lijst alleen nog maar langer worden.
 
Trend 2: de kloof tussen de drie gewesten vergroot
 
Op wijnbouwkundig vlak is België geen land meer, maar een verzameling van drie. Kort door de bocht: in Wallonië ben je ofwel een hobbykweker die lid is van een confrérie en met z'n wijn niet te koop loopt. Ofwel een professional die tien hectare uitbouwt. In Vlaanderen volg je een cursus, koop je een hectare grond en open je een website. Zelfs al is de wijn niet te koop of moet de van ongeduld popelende bezoeker nog enkele jaren wachten op de eerste oogst. En in Brussel? Daar heb je een tuintje waar je twintig wijnstokken plant en raad vraagt aan de buurman, die ook zo een wijntuintje heeft.
 
Met iets meer zin voor nuance is het verschil minder groot en zijn er in Vlaanderen ook grotere domeinen, zoals Genoels-Elderen, dat met 22ha zelfs het grootste wijndomein van ons land is. En in Wallonië heb je ook middenklassers met een hectare of vijf. Het recent aangeplante Château de Bousval in Genappe, om er maar eentje te noemen. Maar toch is het verschil tussen de drie landsdelen opvallend.
 
Ook op het vlak van erkende productie leven we in verschillende werelden. Laten we eens twee opeenvolgende maar totaal verschillende wijnjaren vergelijken. In een goed wijnjaar zoals 2011 ligt tweederde van het erkende wijnbouwareaal in Vlaanderen en éénderde in Wallonië, samen 86 hectare. Het volgende jaar, het rampjaar 2012, kent een stijging in Wallonië naar bijna 33ha en een scherpe daling in Vlaanderen naar minder dan de helft (22ha).
 
Zelfs de manier waarop er met erkenningen wordt omgegaan, verschilt erg. In Vlaanderen zijn er drie regionale BOB's (Beschermde OorsprongBenamingen): Hageland, dat voor het grootste deel in Vlaams-Brabant ligt, Haspengouw in Limburg en het West-Vlaamse Heuvelland. Daarnaast is er een algemene BGA "Vlaamse Landwijn" met zeventien specifieke streken waarvoor die BGA geldt. Je vindt ze ook op het etiket, bijvoorbeeld de wijnen van Aldeneyck dragen fier de vermelding "BGA Maasland". In Wallonië is er één zeer ruime BOB: Côtes de Sambre et Meuse, dat eenderde van het grondgebied bestrijkt, en één BGA, "Vin de Pays des Jardins de Wallonie". Wallonië is per hectare een stuk productiever dan Vlaanderen: waar het gemiddelde oogstrendement in de BOB's van Vlaanderen minder dan 30hl/ha bedraagt, is dat in Wallonië 38hl/ha.
 
Kijken we naar de kwaliteit, dan worden de beste wijnen blijkbaar in Limburg gemaakt want op de laatste drie verkiezingen "Beste Belgische Wijn" halen zij bijna evenveel gouden medailles (19) als alle andere provincies samen. Het zijn maar liefst zeven producenten die deze gouden plakken onder mekaar verdelen. Op de tweede plaats komt Namen met 7 stuks, maar die schrijven we op het conto van één producent: Château Bon Baron, geleid door de Nederlandse Jeanette van der Steen.
 
 
Peter Doomen
 
- Ambassadeur du Champagne 2013,  
- Auteur van de Champagne Quizzitch
- Mede-organisator Wijnronde van Vlaanderen
- Hoofdredacteur Ken Wijn-magazine
- Auteur van “Wijn van eigen bodem, editie 2015”.
Prijs: 13,99 euro (pdf, epub én mobi-versie met gratis updates). Info:  www.wijnvaneigenbodem.be
 
Lees aflevering twee morgen